7 minuten leestijd

De toekomst van hybride werken

Geplaatst op 29 juni

De digitale infrastructuur gaat ons leven leuker maken

Een blik werpen op de toekomst van thuiswerken: dat was het doel van het gesprek dat ik onlangs had met minister Cora van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Stientje van Veldhoven. Met een groep ondernemers, van onder andere PostNL en Voys, vertelde ik wat meer over mijn visie op hybride werken.

Eerder die week sprak ik met de Sociaal-Economische Raad (SER) over internationaal talent en het akkoord tussen werkgevers en werknemers dat net gepresenteerd is. In mijn visie zijn hybride werken en internationaal talent met elkaar verweven. De gemene deler is de digitale infrastructuur die nieuwe kansen biedt en oude vraagstukken oplost.

De digitale infrastructuur is geweldig en we laten kansen liggen

Nederland heeft een bevoorrechte positie. De digitale infrastructuur is geweldig. Door het hybride werken, waarbij locatie en afstand geen rol spelen, hebben we de kans om uniek talent te vinden. Waar dit talent zich bevindt? Dat wordt steeds minder relevant en daarmee vinden we dit talent steeds vaker buiten onze landsgrenzen.

Toch zullen we ons echt moeten inspannen als we die koploperspositie willen innemen en vasthouden. Er zijn 3 stappen die de Nederlandse overheid in mijn optiek op korte termijn moet zetten.

Regels rond inkomstenbelasting

De regels rondom de inkomstenbelasting maken het werken met collega’s in het buitenland complex. Met een paar slimme aanpassingen in de regelgeving maken we het ondernemers veel makkelijker om hun bedrijf te versterken met buitenlands talent.

Maak goed werkgeverschap mogelijk

Goed werkgeverschap is in de wet opgenomen, maar die wet geeft geen invulling aan de kosten van het thuiswerken. Vroeger was daar de thuiswerkvergoeding voor maar die is verdwenen. De WKR, de werkkostenregeling voor onbelaste vergoedingen aan werknemers, dekt de kosten van een nette thuiswerkvergoeding niet. Deze vergoeding wordt berekend op basis van de loonsom van alle werknemers samen en komt nu uit op 3%. Als we de WKR verhogen naar 10%, geeft dit werkgevers veel meer ruimte en vrijheid om goed werkgeverschap een eigentijdse invulling te geven.

Gelijkwaardige toegang tot het internet moet een basisvoorziening zijn

Nog steeds groeit 13% van de Nederlandse kinderen op in armoede, waardoor zij een achterstand oplopen. Het is goed om te realiseren dat dit ook betekent dat lang niet iedereen in Nederland gelijke kansen heeft als het gaat om toegang tot onze digitale infrastructuur. Om volwaardig te mee te doen, moeten mensen toegang hebben tot snel, bruikbaar en ongelimiteerd internet. Gelijkwaardige toegang tot het internet moet een basisvoorziening voor iedereen worden. Zo krijgt iedereen dezelfde kansen om talenten te ontwikkelen en te participeren in de samenleving. Het vraagt daadkracht van de overheid om dit op korte termijn te realiseren.

De fysieke infrastructuur staat onder druk

Is het ook altijd zo druk als jij op weg bent naar je werk of je kinderen naar school brengt? Dat komt omdat we in ons hoofd hebben dat alle mensen fysiek ergens moeten zijn en dan het liefst ook allemaal op hetzelfde tijdstip. Alle wegen en treinsporen worden vooral gebouwd voor gebruik tijdens de piekbelasting. Van die piekbelasting moeten we af. Laat de digitale infrastructuur het overnemen.

Een heel belangrijke factor in die piekbelasting is het onderwijs. Alle scholen, van de basisschool tot de universiteit, beginnen tussen 8:00 uur en 8:30 uur. Mensen brengen hun kinderen weg en rijden door naar hun werk. Om 17:00 uur is er weer een piekbelasting, dan halen veel ouders hun kinderen op van de bso, nemen leerlingen de bus naar huis of ze stappen in de trein.

Digitaal en flexibel onderwijs geeft meer ruimte

Met een hervorming naar meer digitaal en flexibel onderwijs behalen we directe winst. Niet alleen voor de ontlasting van de fysieke infrastructuur trouwens. Leerlingen zijn, zeker vanaf hun tienerjaren, helemaal niet gemaakt om vroeg in de ochtend al onderwijs te volgen. Hun puberbrein werkt dan nog lang niet op volle kracht. Daardoor ontwikkelen ze een slaapgebrek, wat voor jongeren verstrekkende gevolgen kan hebben.

Laten we het onszelf en onze kinderen niet onnodig moeilijk maken. Tussen 10:00 uur en 14:00 uur en tussen 16:00 uur en 22:00 uur werkt het brein van tieners en jongvolwassenen het beste. Het is veel logischer om die tijd te gebruiken om ze iets te leren. Vanuit huis, op school, maar vooral op tijden en plaatsen die passen bij de behoeften van mensen en niet bij die van een systeem.

Durf te experimenteren met een flexibele school

Natuurlijk, het is best een uitdaging om alle werktijden en schooltijden aan te passen. Daarom is het slim om het in stapjes aan te pakken. Onder aan de berg kun je de top niet zien. Dus staan we nu voor de keuze: willen we onder aan de berg blijven staan piekeren of zetten we een stap vooruit?

Een heel concrete stap is een experiment waarbij ouders en kinderen zelf bepalen wat voor hen het ideale ritme is. Stel je voor: de school is open van 7:00 uur tot 19:00 uur. Binnen de school volgen kinderen onderwijs, er is ook een bso, ruimte voor sport, muziekles en andere activiteiten. Het geeft iedereen rust en ruimte als de logistieke puzzel ineens opgelost is.

Op het voortgezet onderwijs, mbo, hbo en op de universiteit is een hybride manier van werken een oplossing voor leerlingen en docenten. Op momenten waarop kinderen en jongeren optimaal leren, met meer oog voor wat zij nodig hebben. Daar is inmiddels voldoende wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. De digitale infrastructuur geeft de ruimte om onderwijs te personaliseren en af te stemmen op wat elk individu nodig heeft om zijn talenten te ontplooien.

Start van oplossing van de wooncrisis

Veel mensen wonen in de buurt van waar ze werken. Dat concentreert zich nu in de randstad. Er zijn geen betaalbare woningen meer te vinden en de regio is overbelast. Wonen is een luxe geworden. De digitale infrastructuur geeft mensen de vrijheid om te wonen waar ze willen.

Het gevolg is dat werknemers zich gaan verspreiden, ze gaan wonen in een regio waar ze een huis kunnen betalen. Economisch zwakke regio’s krijgen zo een impuls, want mensen geven hun geld voor een groot deel lokaal uit. Van de plaatselijke bakker tot het aannemersbedrijf: iedereen profiteert mee.

Dat zorgt er ook dat voor talenten niet weerhouden worden door de vestigingsplaats van de werkgever. Het maakt voor de kwaliteit en effectiviteit van je werk niet meer uit of je in de stad woont en elke dag naar kantoor gaat, op het platteland 200 kilometer verderop zit of dat je werkt vanaf het strand van Rio de Janeiro. Hybride werken geeft keuzevrijheid in je werk zonder in te leveren op die andere basisbehoefte: wonen.

De vraag is niet wat het kost, de vraag is wat het oplevert

Omdat we zo gewend zijn aan de systemen waarin we leven, zijn we geneigd om vanuit dat perspectief vragen te stellen. Wat kost om het onderwijs te hervormen? En is zo’n omschakeling naar digitaal werken niet duur? Als we de digitale infrastructuur echt omarmen, stelt het veel bestaande en vertrouwde structuren ter discussie. Dat vinden mensen spannend en het roept weerstand op. Geld lijkt dan een valide argument.

Maar, als je die weerstand durft los te laten, rijst er een vraag die veel belangrijker is: wat levert het ons op om de digitale infrastructuur voor ons te laten werken?

Laten we een praktisch voorbeeld nemen: 1 kilometer asfalt kost 10 tot 50 miljoen euro. Voor 25 miljoen euro geef je ook 42.000 huishoudens een jaar lang breedband internet. Bovendien bespaar je op onderhoud en slijtage van het asfalt en verminder je flink in de CO2-uitstoot, want er rijden simpelweg minder auto’s over de weg. En asfalt dat je niet produceert, stoot ook geen CO2 uit, waarmee je nog eens 17 kilo CO2 uitspaart.

Niet alle effecten zijn direct zichtbaar of eenvoudig meetbaar: levensgeluk, gezondheid, minder (financiële) stress, meer tijd voor het gezin: de hele dynamiek rond werken en leven verandert positief als we de digitale infrastructuur optimaal inzetten.

De echte systeemverandering: gelijkwaardig samenwerking door inkomenszekerheid

Als de digitale infrastructuur goed gebruikt wordt, is er nog één systeem dat een grondige hervorming verdient: het werkgevers- en werknemerssysteem.

De relatie in het werk zelf tussen werkgever en werknemer is niet gelijkwaardig. Door de contractsverhouding bepaalt de werkgever voor een deel de motivatie en de leercurve van de werknemer. De behoefte tot leren komt niet vanuit creativiteit of nieuwsgierigheid, maar wordt (voor een deel) gevoed door angst, onzekerheid of dwang.

Als we toe willen naar hogere arbeidsmobiliteit en een leven lang leren, dan moet de afhankelijkheid van de werkgever en het daarbijbehorende vaste contract eruit. Stop je met nadenken vanuit dat vaste contract? Dan geef je een individu controle over haar werk, ontwikkeling en carrière. Je wilt als individu geen werkzekerheid, je wilt inkomenszekerheid. Dat geeft ruimte voor gelijkwaardige samenwerking. Extrinsieke motivatie, die voortkomt uit wat opgelegd wordt, maakt plaats voor intrinsieke motivatie. Waar wil jij, vanuit je eigen kennis, kunde en overtuigingen, je tijd aan besteden?

Een systeem waarin inkomenszekerheid een garantie is, is een optimaal systeem van flexibiliteit, vertrouwen en gelijkwaardigheid. Een systeem ingericht rondom de mens. Wat zou het met een land doen als we dat weten te faciliteren?


Geschreven door Mark Vletter

Nieuwste: 7 keuzes die we maakten bij de start van ons bedrijf en die ons later succesvol maakten Van 15 september


Meer verhalen lezen?

In de afgelopen jaren hebben we veel geschreven over ondernemen, zelfsturend werken, de handigste tools en nog veel meer. Dus leef je uit!

Van 29 september

5 tips voor meer telefoontjes van nieuwe klanten

Van 15 september

7 keuzes die we maakten bij de start van ons bedrijf en die ons later succesvol maakten