Knettergek en vastberaden: Erik-Peter loopt 21 kilometer hard voor een prachtig doel

Maya van der Schuit
op 11 juli 2019

21 kilometer hardlopen voor een prachtig doel. Erik-Peter Schutter deed het vorige maand. Voor de Tobias Sybesma foundation wilde hij een zo groot mogelijk bedrag ophalen om de droom van zijn neefje te verwezenlijken. De donaties stroomden binnen, ook Voys doneerde een bedrag. We zijn natuurlijk benieuwd naar Erik-Peters verhaal, dat schreef hij op.

Ik zou mezelf niet snel een ‘hardloper’ noemen. Ik vind het heerlijk om te doen, ook al gaat het niet zo hard. Even alleen, rennend, rust in mijn hoofd. Maar het gaat met pieken en dalen. Als ik ga, dan ga ik fanatiek, maar als de klad erin komt, dan loop ik zo een paar weken (of misschien zelfs maanden) niet. In zo’n piek loop ik gemiddeld twee keer per week een afstand tussen de vijf en tien kilometer. Tien is voor mij de gevoelsmatige max. Maar toen ik de vraag kreeg om de halve marathon van Zwolle (ruim 21 kilometer) te gaan rennen, antwoordde ik direct: “JA”.

Waarom zou je dat nu doen, 21 kilometer rennen? Ik zou het zelf gezegd kunnen hebben. Je bent knettergek! Misschien moet je wel een beetje gek zijn om zo ver te rennen (om nog maar te zwijgen over een hele marathon of ultraloop). Maar ik was vastberaden, ik ga dit doen!

De vraag kwam van mijn zwager. Hij is mede-oprichter van de Tobias Sybesma foundation. En niet alleen dat, hij is de vader van Tobias Sybesma. Dit zegt je misschien niets, maar misschien doet de naam een belletje rinkelen? Dat zou kunnen.

Tobias is mijn neefje, de eerste. Door hem werd ik oom, oom E-P. Op 31 juli 2018 is Tobias, op twaalfjarige leeftijd, overleden aan de gevolgen van hersenstamkanker. Tobias had een mooie droom, een grote wens: hij hoopte dat er geen kinderen meer na hem zouden overlijden aan de gevolgen van deze nu nog ongeneeslijke ziekte. De Tobias Sybesma Foundation is er om deze droom te verwezenlijken.

Elk jaar worden er door de organisatie van de halve marathon van Zwolle drie goede doelen gekozen. Dit houdt in dat zo’n goed doel een donatie krijgt uit het inschrijfgeld van de deelnemers en dat het vijftig startbewijzen krijgt die ingezet kunnen worden ten behoeve van het goede doel. Dus toen ik de vraag kreeg: “Wil je meedoen met de halve marathon van Zwolle?”, heb ik geen seconde getwijfeld. JA!

Het idee was als volgt; lopers mogen meedoen in ruil voor het binnenhalen van sponsorgeld. Zo gezegd, zo gedaan, maar eerst trainen. Eigenlijk ging dat best goed. Zeker als je weet waar je het voor doet. Ik heb een video opgenomen om mensen over te halen een donatie te doen. Een video met een serieuze boodschap, maar ook met een lach. Zo was mijn neefje ook. Gelukkig kreeg ik hulp van Liselotte Schüren van het Dagblad van het Noorden. En samen maakten we een mooi promofilmpje. Tijdens de opnames vroeg Liselotte me: “Hoeveel hoop je eigenlijk op te halen?”. “Geen idee”, antwoordde ik. “Als het twee- of driehonderd euro is, ben ik superblij.”

De trainingsafstanden werden langer en het werd zwaarder. Op een dag ging ik trainen en ik had een rondje in mijn hoofd van rond de 18 kilometer, poeh. Voor ik vertrok keek ik nog even op mijn telefoon. De donatie-teller stond op nét geen duizend euro. En dat loopt lekker! De kilometers vlogen voorbij.

De weken vlogen voorbij, de donatieteller tikte lekker door en ook de kilometers vlogen voorbij. Het ging eigenlijk superlekker, geen probleem, eitje.

Nog twee weken te gaan en ik ging trainen, het was een warme dag, erg warm. Maar de dag erna zou het nog veel warmer worden. Dus ik begon mijn training om 8.17 uur ‘s morgens. Door de kinderen was ik toch al een tijdje wakker. Mooi op tied, zeg mor.

Het was warm, maar de benen voelden goed. Ik zou sowieso een duurloop gaan doen, maar die dag tikte ik hem aan, de halve marathon. Eenentwintig kilometer en een beetje. In twee uur en negentien minuten, lang niet gek! Ik blaakte van zelfvertrouwen. Deze is nu al binnen!

Een paar dagen later maakte ik me op voor mijn laatste looptraining. Lekker rustig aan, maximaal vijf kilometer. Maar ook nu weer waren de benen goed, en bij vier kilometer dacht ik, “nog een klein stukje verder”. Maar ergens tussen de zeven en acht kilometer ging het mis. Er schoot een kramp in mijn rechterkuit en deze leek wel van ‘snel droog beton’. Stoppen, rekken, wandelen, rustig rennen, weer wandelen. Zo legde ik het laatste stukje naar huis af. Niet best…

De stijfheid in mijn kuit bleef. De dag voor de halve marathon ben ik naar de fysio geweest voor een sportmassage. Mijn laatste hoop. Wat heeft die man mij pijn gedaan. Ik voelde mij als een steak onder de hamer. “Morgen voel je je weer als herboren”, zei hij tegen me terwijl ik het uitriep van de pijn. “Nou zo voel ik me nu niet.”

De dag erna ben ik gestart én gefinisht. Hoe ik het voor elkaar kreeg? Tobias zou gezegd hebben: “zo goed mogelijk”. In een tijd van 2 uur 17 minuten en 21 honderdste. Een beetje voor mezelf, maar vooral voor hem!

Erik-Peter Schutter

De donatielink is nog heel even actief.

Tweet Deel Deel